Velt Groot-Asse

Projecten

Projecten

Onderwerpen

Gepost op 24/01/2016 12:09 door ANDRE DE BISSCHOP-JACOBS

Zelf zaden telen.

(Hoogstam)fruitbomen snoeien.

Een verantwoord kippenhok bouwen.

Vakantieworkshops met kinderen.

Proeflessen : aardappelen / ajuin rooien en bewaren, groenten bewaren  door ze te fermenteren, kolen planten.

Moestuinieren in bakken.

Een moestuintje opstarten op een grasveld + Opvolging.

Stekken van planten.

Zelf zaden telen

Gepost op 23/01/2016 13:19 door ANDRE DE BISSCHOP-JACOBS

(Hoogstam)fruitbomen snoeien.

Gepost op 02/03/2014 12:05 door ANDRE DE BISSCHOP-JACOBS

Naar een tekst van Leo Quintelier.

.

De aanplant van hoogstam fruitbomen levert – ook voor de amateur - heel wat voordelen op. De fruitproductie komt later op gang dan bij laagstam maar de opbrengst is veel groter. Bovendien is de productieperiode tientallen jaren langer (cf. laagstam heeft slechts een productieve periode van vijftien jaren). Er is een ruime rassenkeuze, veelal wat eigen aan de streek. Zeldzaam geworden oude fruitsoorten kan men op die manier weer gaan winnen. Dat is beslist óók een bijdrage tot het in stand houden van de biodiversiteit en in veel gevallen het herstel van een gevarieerd landschap.

Een fruitboom vergt regelmatig enig onderhoud. Bij het aanplanten is een oordeelkundig inkorten van de gesteltakken nodig. Twee jaar later is vormsnoei aangewezen voor de verdere vorming van een ideale kruin. Een latere onderhoudsnoei hoeft soms maar om de drie jaren: om voldoende licht toe te laten, ziekten te voorkomen door een betere ventilatie én ook voor een optimale opbrengst. Dat is nogal sterk verschillend naargelang de fruitsoort. Dit vraagt enige kennis van zaken.

.

.

Waarom snoeien ?

Je snoeit een boom om er vorm aan te geven, om een betere opbrengst te bekomen, om hem te begeleiden naar volgroeidheid en/of om zijn conditie te verbeteren.

De onderstam is bepalend voor de groeisterkte van de boom.

.

Knoppen, scheuten, twijgen, takken.

.

Bladknop : hieruit ontstaat een nieuwe scheut. Een bladknop heeft nevenogen en knoppen. Een spoor is een begin van bladknop (scherp, puntig, kort); deze snoei je niet.

Bloemknop : hieruit ontstaat de vrucht; niet snoeien, soms uitdunnen.

Scheut : ontstaat uit de bladknop.

Spoor : scherp, puntig en zeer kort uitgegroeide bladknop; niet snoeien.

Twijg : jarige, verhoutte scheut. Alleen de zwakke twijgen verwijderen.

Tak : twee- en meerjarige twijg. Een (dikkere) gesteltak vormt de kruin.

.

Pit- en steenfruit.

Pitfruit heeft kleine zachte zaden, pitten; vb appel, peer. Steenfruit heeft grote harde zaden, stenen; vb pruim, kers, perzik.

.

Eerste snoei van jonge fruitbomen, aangeplant in het najaar (vanaf november, na de bladval).

Snoei beschadigde wortels weg bij het planten.

Snoei de jarige of tweejarige kruin in. Knip de twijgen op een oog (bladknop) naar buiten gericht. Voor pitfruit (appel, peer ed) op 1/3de van hun lengte, voor steenfruit (perzik, pruim ed) nog korter.

Er zijn minimum 4 à 5 gesteltakken nodig. Twijgen op een meerjarige gesteltak behandelen we als vruchthout.

.

Hou rekening met de kroonvorm. Een appelboom bouw je op in lagen op horizontale gesteltakken, een pereboom bouw je op rond een centrale verticale gesteltak.

Het duurt zeker 4 à 5 jaar vooraleer een boom een goede kruinvorm heeft.

Snoei (per jaar) maximum 20% van de takken weg en snoei de takken als ze nog klein zijn (max 3 cm diameter), zodat de boom zich kan herstellen.

De boom kan gemakkelijker, sneller herstellen als hij gesnoeid wordt wanneer een tijd later de sapstroom op gang komt.

Berken, esdoorns, notelaars bloeden gemakkelijk bij het snoeien.

.

Snoeien 04

.

Zomersnoei.

Verwijder jonge scheuten die de verkeerde kant op gaan, d.w.z. wat verticaal op de gesteltak en zijn verlengenis groeit, ook dubbele knoppen.

Licht en lucht in de kroon zijn noodzakelijk voor de gezondheid van de boom en voor de productie van vruchten.

De boom is actief, wordt gestimuleerd en zal de snoeiwonde (gemakkelijk) hechten. Er is wel gevaar voor teveel en op foute plaatsen snoeien.

Pitfruit wordt gesnoeid na het vallen van de bladeren, steenfruit wordt na de pluk gesnoeid (september).

Wintersnoei (bij vorstvrij weer).

Vooral bij vormsnoei.

De boom is in rust en zijn structuur is beter zichtbaar. Maar hij zal minder gemakkelijk herstellen, infecties zijn mogelijk.

Pitfruit wordt gesnoeid na het vallen van de bladeren (november; bij vorstvrij weer).

.

Snoeigereedschap.

Je snoeit kleine takken met een proper en scherp snoeimes of snoeischaar. Ontsmet het gereedschap met Dettol, tegen (verderzetten van) bacterievuur.

Je sleunt grote(re) takken met de snoeizaag. Dek de zaagwonden af met Lacbalsem, om infectie te voorkomen.

.

Méér info over hoogstamfruit vind je bij de Boomgaardenstichting

Telefoon 012 39 10 36 - Site http://www.boomgaardenstichting.be

Een verantwoord kippenhok bouwen.

Gepost op 19/01/2014 21:09 door ANDRE DE BISSCHOP-JACOBS

We gaan uit van de situatie bij een doorsnee gezin dat 2 à 3 legkippen wil houden.

VerantwoordKippenhok 01 Velt Kippenboek

Links : Demomodel aan het containerpark te Asse, Putberg.

Rechts : Kippenboek, te bekomen bij VELT (www.velt.be).

.

Waarop letten ?
- de kippenren vergt minimum 5 m2 per kip: dus er is zeker 10 m2, beter 25 m2 nodig; bij voorkeur met stevige grasbegroeiing (of houtsnippers) en zonder modderplassen
- een afsluiting van minimum 1,30 m hoogte ; om te beletten dat vossen binnendringen; aan de bovenkant een naar buiten afgeschuinde afrastering van 40 cm toevoegen (daarom is het beter de omheining hoger te maken) en die op eenzelfde wijze onder de grond inwerken (dit laatste kan vervangen worden door stenen pad van 40 cm breedte)
- een afgedekt stof- en zonnebad met fijn zand, bvb onder de hoge poten van het hok
- het kippenhok voorziet in minstens 0,25 m2 vrij grondoppervlak per kip; dus zeker niet kleiner dan 0,75 x 1m, rekening houdend met voeder- en drinkbak ev. legbak
- de totale hoogte is 2 m , maar de vloer kan verhoogd zijn, waardoor deze comfortabel op handhoogte komt en er onderaan ruimte vrijkomt voor een zandbak
- tweedehands materiaal (bouwstenen of niet met gif behandeld duurzaam hout) kan heel goed voldoen en is bijgevolg goedkoop ; mits wat creatieve aanwending van het materiaal of opsmuk krijgt dit zelfs een prettig uitzicht.
- voorkom zoveel mogelijk kieren en spleten (waar hinderlijke luizen kunnen schuilen); onder een betonnen of stenen vloer het best glasscherven voorzien tegen knaagdieren.
- het dak moet waterdicht zijn, met rondom een oversteek van 20 cm om vocht te weren ; vang regenwater op met een dakgoot en plaats tonnetje voor opvang.

Een metalen dak is slecht isolerend : beter is een groendak te maken (vraagt niet veel extra moeite). Aanbevolen is een doorschijnende luifel als verlengstuk van het dak : daardoor behouden de kippen zelfs bij regenweer toch nog een stukje droge buitenruimte.
- voorzie goede verluchting aan één zijde om tocht te voorkomen ; venstertje aan overzijde voor wat licht ; het best zoninval vermijden
- toegangsdeur en kippenluik bij voorkeur aan de zonnige zuid(oost)kant ; plaats een opstaande plankje van 10 cm om te beletten dat vloerstrooisel naar buiten komt
- kippenluik 30 cm breed en hoog, bij voorkeur ’s nachts afsluitbaar tegen indringers
- bij verhoogde vloer : voorzie loopplank met dwarse latjes bij een hellingsgraad van max. 40° , startend op 30 à 40 cm van de grond, steunend op een verticale lat
- plaats afgeronde zitstok van 5 à 6 cm diameter minimum 50 cm lager dan plafond en op 35 cm vanaf het achtermuurtje : 25 à 30 cm per kip ; daaronder een mestplank of schuif een rooster of afschermend draadwerk met brede mazen
- een tweetal donkere legnesten op vloerhoogte kunnen gemakshalve aan de buitenkant van het hok bevestigd worden, zo wordt binnenruimte uitgespaard en kunnen eieren geroofd worden langs een dakdeksel.

Ze zijn 30 x 30 cm en 40 à 45 cm hoog., belegd met stro of hooi of ruikende kruiden. Ontsmetten met basaltmeel tegen parasieten.
- de vloer dient droog te blijven en gemakkelijk te reinigen : een vernieuwbare strooisellaag van stro, houtsnippers, bladeren… voldoen het best. Geen turf.
- voeder- en drinkbakjes die niet omkieperen en niet bevuild geraken op 10 cm hoogte.

.

Info over kippenrassen :

http://www.sle.be/rassen/ras.php?id=57

http://www.vivfn.be/verenigingen/vlaams-brabant

Een moestuintje opstarten op een grasveld : evolutie

Gepost op 30/09/2013 10:03 door ANDRE DE BISSCHOP-JACOBS

Op 4 perceeltjes groeien in de zomer : boontjes; courgette en pompoen; ui en radijsjes; peterselie, sla en spinazie.

.

Het moestuintje bij Goedele Vanderbiest, VELT-lid en cursiste van Groentenieren, is uitgegroeid tot een prachtig exemplaar. Ten bewijze deze foto's.

Vakantieworkshops met kinderen 2013/08-09

Gepost op 10/09/2013 19:02 door ANDRE DE BISSCHOP-JACOBS

Tijdens de vakantieperiode juli-augustus organiseerde Aloïs 2 workshops voor kinderen 3-12 jaar in de proeftuin van het Groentenierenproject.

Workshop 1 : planten prei, zaaien bloemen en maken van perspotjes met slazaadjes. De kinderen mochten de perspotjes meenemen naar huis.

Workshop 2 : het opvullen van een voorgebouwd insectenhotel met recupmateriaal van paletten. Waarvan beelden hieronder.

 

 In de blokken worden gaatjes geboord, de rest wordt opgevuld met schuilmateriaal.

.

De bloempotten worden gevuld met stro en opgehangen in de fruitbomen, tegen de oorwurmen.

Proefles : Groenten bewaren door ze te fermenteren

Gepost op 19/08/2013 21:05 door ANDRE DE BISSCHOP-JACOBS

 

Kleine beestjes (microben ed.) zijn overal, in onze omgeving, in onze tuin, in ons lijf. Zij zijn in onderlinge relatie, zij groeien (razendsnel) aan en sterven (even snel) weer af. Soms haalt de ene het, soms de andere.

Is de beestenboel in evenwicht, dan hebben zij doorgaans een positieve invloed.

Een voorstelling van de lesgever met wat didactisch materiaal verduidelijkt begrippen als biodiversiteit, micronetwerken, steriliteit, ziektes ed.

Wikipedia leert ons : Fermentatie is in de biochemie het omzetten van biologische materialen (substraat) met behulp van bacteriën, celculturen of schimmels. Hetzij in afwezigheid van zuurstof (anaeroob) of in aanwezigheid van zuurstof (aeroob).

.

Beestjes kunnen ook helpen groenten te bewaren. Dat gebeurt in een gesloten omgeving, door fermentering (spontane gisting).

We hebben alleen groenten nodig, ongewassen zelfs, wat uitgechloord water en eventueel wat suiker of zout. De rest gebeurt door de omgevingswarmte.

Eens het potje geopend treedt oxidatie op en schimmelvorming. De inhoud blijft dan beperkt houdbaar. Maar met kleine hoeveelheden in kleine potjes gaat er weinig verloren.

We konden smullen van een groentenmengsel of gedesemd brood, bij een lekker pere- of aalbessensapje.

Proefles : Aardappelen rooien en bewaren

Gepost op 17/08/2013 22:22 door ANDRE DE BISSCHOP-JACOBS

Aardappelen rooien.

.

Aardappelen worden gerooid als het loof (groten)deels verdord is. We rooien de aardappelen met een riek.

We maken de struiken los en verzamelen de aardappelknollen. De gekwetste en de aardappelen met groene plekken houden we apart. Wat daarvan bruikbaar is, wordt eerst geconsumeerd.

We kuisen het perceel op, we verwijderen het onkruid en we effenen de grond.

.

Aardappelen in een kuil in de tuin bewaren.

.

We bouwen de kuil op in de schaduw. We leggen een laag stro van ongeveer 10 cm dik op droge grond. Daarop leggen we een laag aardappelen. Daarop weer een laag stro enz.

Het geheel dekken we toe met stro en aarde. Boven laten we een schouwopening. Rond de kuil maken we een greppel, om het water op te vangen. Bij streng winterweer voegen we stro en/of aarde toe.

Het stro houdt de aardappelen droog en geeft ze lucht. Bij de aardappelen voegen we enkele onrijpe appelen. Daarmee gaan de aardappelen niet uitlopen.

Om muizen ed. te beletten onze aardappelen aan te vreten, kunnen we een draadgaas leggen op de grond, waarop de eerste laag stro komt. We kunnen de aardappelen ook helpen te ademen met 2 holle buizen in de kuil.

Als we aardappelen nodig hebben, openen we de kuil. Nadien dekken we hem opnieuw goed toe.

.

Overige groenten in een kuil in de tuin bewaren.

.

(Knol)selder, wortel, rode biet, kolen ed. kunnen ook goed bewaard worden. Ze gaan ook in een kuil, maar zonder stro. We planten ze rechtop, met ingekort loof. Bovenop komt eventueel stro en aarde.

Kolen mogen elkaar niet raken, anders rotten ze op de raakpunten.

Deze groenten kunnen (binnen) ook bewaard worden in bakken met zand, dat regelmatig vochtig gehouden wordt.

Proefles : Ajuin rooien en bewaren

Gepost op 17/08/2013 22:21 door ANDRE DE BISSCHOP-JACOBS

We rooien de ajuinen wanneer het loof verdort en zich plat legt op de grond.

We bewaren de ajuinen ofwel :

- met ingekort loof, los in een bakje of op een rooster

- met het loof verstrengeld en opgehangen aan een koordje.

De ajuin moet droog blijven en goed verlucht worden. Bij strenge vorst moet de ajuin binnen bewaard worden.

Proefles : Kolen planten

Gepost op 17/08/2013 22:21 door ANDRE DE BISSCHOP-JACOBS

Er zijn zomer- en winterkolen. Kolen vragen veel water en ook bemesting.

Reeds bij het planten zorgen we voor voldoende water. We planten de kolen op 40 à 60 cm van elkaar, naargelang de grootte van de uitgegroeide koolsoort (broccoli en spitskool dichter, krulkool verder uit elkaar). En dit zowel tussen de rijen als in de rij.

.

 

We maken een plantputje, dat we vol water gieten. We laten het water wegtrekken. We voegen een lepeltje basaltmeel toe en we zetten er de kool (voorgezaaid in een blokje) in. We voegen aarde toe en we drukken aan. We voegen nog eens water toe en we dekken toe met aarde.

Rond de kool kunnen we een gietgeultje maken. Tegen de knolziekte brengen we een koolkraag aan. Deze zorgt er voor dat de eitjes van de vlieg niet bij de wortel kunnen. 's Avonds en bij windstil weer bestuiven met basaltmeel beschermt te kool tegen belagers en geeft voeding aan het blad.

.

We mulchen tussen de kolen, met gerooid materiaal ed. Zo blijft de grond vochtig, vermindert het uitspoelen bij hevige regen, verteert het aangebracht materiaal langzaam en bemest het de grond (vlakcompostering).

Bij de kolen kunnen we bijvoorbeeld nog raapjes zaaien en Veronese sla.

Moestuinieren in bakken.

Gepost op 26/05/2013 17:18 door ANDRE DE BISSCHOP-JACOBS

Wie weinig buitenruimte heeft, kan een kleine moestuin aanleggen in bakken.

De bakken staan hoger dan de grond en zijn ingedeeld in een aantal vakken. Courante toepassingen zijn bakken van 0,9 à 1,2m breed en lang en 0,25 à 0,3m hoog. Men spreekt over zgn. vierkantemetertuinen.

Je kan de bakken ook hoger plaatsen, zodat ze gemakkelijk bereikbaar zijn zonder te moeten bukken.

.

Bakken 5

Vlnr : het onderstel, de montage, de gronddoek, het aardemengsel, de vakjes.

.

Dergelijke bakken kan je kopen, klaargemonteerd of om zelf te monteren, of je kan ze zelf maken van (recuperatie)houtmateriaal.

Je plaatst de bak op een onderstel (vb stenen, paletten). In de bak (en langs de binnenwanden) leg je vochtdoorlatend doek. Hierop leg je grond, vermengd met compost. Verder gaat alles zoals in het gewone moestuinieren.

Je kan zelfs al je planten in afzonderlijke potten planten en ze op de juiste plaats tegenover elkaar opstellen.

Je zorgt dus voor (jaarlijkse) vruchtafwisseling, met vruchtensoorten binnen een bak of een vruchtensoort per bak. Tevens hou je rekening met combinatieteelt. In de bakken gedijen vooraf kleinere groenten en kruiden.

.

Bakken 6

Maak een plannetje met de planten, rekening houdend met wissel- en combinatieteelt. Noteer de roatierichting.

.

Bakken 7 Bak 3

Je kan allerlei 'verloren' materialen herbruiken om er planten in te zetten.

Een moestuintje opstarten op een grasveld.

Gepost op 12/04/2013 23:14 door ANDRE DE BISSCHOP-JACOBS

Hierbij in beeld hoe je een moestuintje opstart (1 perceel van 4 bij 2 m, om te beginnen), op een bestaand grasveld.

.

MoestuinOpstarten 3

Het gras moet weg. Als je het vooraf enkele weken/maanden afdekt, heb je er minder werk aan.

Steek het perceel af. Steek repen, hak het gras weg en rol het af. Hak juist onder de graswortels. Wegsteken met de spade of platte schop is moeilijker.

.

MoestuinOpstarten 4

Woel de grond op, maak hem fijn en effen hem over het perceel. Werk met de spit- en/of de woelvork. Verkruimel met de mesthaak.

Verdeel het perceel in bedjes van 90 à 120 cm breed, met tussenin een paadje van 30 à 45 cm. Loop altijd op de paadjes of op het omliggende gras, nooit op de bedjes.

.

MoestuinOpstarten 7

Voorzie vb 4, 6 of 8 bedjes, om wisselteelt mogelijk te maken.

Elk bedje is voor één groentensoort (peul-, aardappel-, wortel-, vrucht-, blad- en koolplanten). Elke soort heeft nood aan specifieke bemesting (meestal volstaat compost), neemt uit de grond bepaalde stoffen en laat andere weer achter.

Daarom schuif je elk jaar elke soort groenten 1 bedje door in een richting. Dit hou je elk jaar aan.

.

 MoestuinOpstarten 11

Hou er rekening mee dat plantjes groeien. Zet ze niet te dicht op elkaar. Giet de plantblokjes alleen bij het planten.

Bescherm de kleine plantjes met een fles zonder bodem en dop. Neem de fles op tijd weg, zodat de plant kan doorgroeien.

Dek de bedjes zo nodig af als er konijnen, duiven ed. in de buurt zijn.

.

 MoestuinOpstarten

 

Op een bedje kan je bepaalde groenten combineren, zodat ze elkaar beschermen tegen belagers. Ook kruiden en bepaalde bloemen (vb afrikaantjes) hebben een ondersteunende werking.

Tevens heb je groenten die tegen de kou kunnen en vroeg op het jaar geplant worden, zoals ui en erwt. Andere plant je in mei-juni, als de grond warm blijft en een laatste groep (winter)groenten plant je in augustus tot begin september. Sommige groenten overleven de winter. Deze opeenvolging van voor-, tussen- ern nateelten zorgt voor maximale benutting van de bedjes.

.

 

Stekken van planten.

Gepost op 19/03/2013 21:49 door ANDRE DE BISSCHOP-JACOBS

Info : Aloïs Stylemans, T 02 452 86 43 of [email protected]

.

Als je planten stekt vertrek je van een moederplant om de eigenschappen van deze plant over te nemen in de stekken. Er zijn verschillende methoden van stekken, elk van toepassing op bepaalde (groepen van) planten en uit te voeren in de juiste periode van het jaar.

.

1. Stekken van stengeldelen (vb clematis, camelia, hulst) : knip een stuk van een (hout)stengel af.

2. Stekken met hieltje (vb coniferen) : scheur een jonge zijscheut van een stengel, met wat bast.

3. Kopstek (vb voorjaarsbloeiende heesters, als forsythia, geranium) : knip de kop uit de plant.

Verwijder eventuele blaadjes onderaan de stengel.

De stekken (10 à 15 cm lang) worden geplant in zaai- en stekgrond, om wortels te vormen en nadien uit te planten.

.

Stekken 04

.

4. Stekken van groenblijvers : knip een afgerijpte scheut af onder een knop, halveer grote bladeren.

5. Stekken van heide (vb erica) : knip een scheut (3 à 4 cm) zonder bloemknop.

6. Afleggen : duw een stengel tegen/onder de grond en laat bewortelen. Knip nadien af en plant uit.

7. Bijzondere uitlopers (vb aardbei) : neem de uitlopers dichtst bij de moederplant. Leg af in de grond, laat wortelen in potje of plant uit.

8. Ingraven (vb rhododendron) : rooi een (onderaan verhoute) plant en graaf hem opnieuw in tot onder de toppen.

9. Marcotteren : kneus een stengel op de moederplant, omwikkel deze plek met vochtige aarde verpakt in geperforeerd cellofaan en laat bewortelen. Knip nadien af en plant uit.

10. Wortelknollen (vb dahlia) : scheur de knollen en herplant ze.

11. Scheuren (van vaste planten) : scheur om de 3 à 4 jaar de (bovenaan afgesneden) plant en herplant.

12. Bladeren en bladstelen ( vb bladbegonia) : knip een blad met steel, maak inkepingen in de onderkant van het blad en duw het tegen/onder de grond en laat bewortelen.

13. Wortelstok (vb baardiris, framboos, gulden roede) : knip gezonde wortelstekken af en herplant ze.

14. Bol (vb tulp) : graaf de jonge bolletjes op en plant ze uit.

.

Stekken 05

 

Geen berichten gevonden.

Vul alle verplichte velden in