Velt Zadenwerkgroep

Zadentips

Zadentips

Zaden oogsten

  1. Oogst enkel zaden van grote en gezonde planten om een sterk nageslacht te verzekeren.
    Oogst van meerdere vruchten en planten zodat alle eigenschappen van het ras bewaard blijven en om op termijn inteelt te vermijden.

  2. Oogst zaden op droge, zonnige dagen wanneer de planten goed droog zijn.

  3. Zaden kunnen geoogst worden vanaf het moment waarop ze beginnen te drogen aan de plant. Dit is wanneer de zaden beginnen te verkleuren.
    Om zeker te zijn dat zaad rijp is kan je het tussen je nagels nemen. Als het breekt of wegschiet is het rijp. Je kan in verschillende fasen oogsten als niet alle zaden samen verkleuren. Wacht niet te lang met oogsten want bij sommige planten vallen de zaden heel snel van de plant en dan kunnen ze niet meer geoogst worden.

  4. Oogst nooit zaden van hybriden (F1).
    Deze populaire variëteiten bevatten eigenschappen van verschillende planten die deels verloren gaan bij het steeds zwakkere nageslacht. Deze zaden kan je herkennen aan de verpakking waarop F1 of hybride vermeld staat. Kies voor zaadvaste rassen. Deze zijn op een natuurlijke manier geproduceerd.Deze kan je herkennen doordat er geen F1 of hybride bij de naam wordt vermeld.

  5. Vermijd kruisbestuiving.
    Verschillende variëteiten van een zelfde soort kunnen elkaar bestuiven en zo voor kruisbestuiving zorgen. Hun nakomeling zullen een kruising van beide variëteiten zijn.
    Planten zijn van een zelfde soort wanneer zowel het eerste als het tweede deel van de wetenschappelijke naam gelijk zijn. Niet alle planten doen aan kruisbestuiving. Om te weten welke groenten er kunnen kruisen kan je deze lijst raadplegen. (zie bijlage)

  6. Kruisbestuiving kan je tegengaan door isolatie in ruimte, in tijd of op mechanische wijze.
    Isolatie in ruimte: Insecten en wind zorgen voor de bestuiving. Windbestuivers kunnen bestuiven tot drie kilometer in de omtrek bestuiven, insectenbestuivers tot gemiddeld één kilometer in de omtrek. Hou rekening met deze afstanden.
    Isolatie in tijd: zorg ervoor dat kruisbestuivende planten niet op hetzelfde moment in bloei komen. Zaai bijvoorbeeld rode bieten op een ander moment dan snijbiet, of zorg er voor dat een van deze rassen niet in bloei komt.
    Fysieke isolatie: plaats een zak of kooi rond de plant(en). Dit werkt enkel voor planten die door insecten bestoven worden, bijvoorbeeld kolen, wortelen, prei, ...
    Kruisbestuiving kan je vermijden door met de hand te bestuiven en de bloemen daarna af te schermen voor natuurlijke bestuiving. Dit doe je bijvoorbeeld door ze met plakband of gaas af te schermen van insecten. Label de handbestoven vruchten zodat je later weet van welke vrucht je zaad kunt oogsten.

  7. Oogst zaad in het juiste jaar. Eenjarige planten (bijvoorbeeld sla, spinazie, bonen, erwten, tomaat,...) vormen zaad in het jaar waarin ze gezaaid worden. Tweejarige planten (bijvoorbeeld wortel, biet, pastinaak, kolen, ...) krijgen het eerste jaar vruchten en vormen pas het jaar daarna zaad. Deze planten moeten overwinteren als je er zaad van wilt oogsten. Dit kan op een koele plek met stabiele temperatuur, bijvoorbeeld in de kelder. In het voorjaar plant je ze terug. In het tweede jaar produceren ze dan zaad. Als een tweejarige plant toch al in het eerste jaar tot bloei zou komen, oogst je dit zaad beter niet. De planten die hieruit groeien zullen waarschijnlijk snelle schieters zijn en weinig opbrengst geven.

  8. Het scheiden van kaf (plant) en koren (zaad) is bij sommige planten heel eenvoudig, bij andere zeer arbeidsintensief. (Keuken)zeven, de wind en je handen komen hierbij van pas.
    De meeste zaden kunnen wel tegen een stootje. Om te oogsten kneus je de planten met je handen of een zwaar voorwerp. Je doet dit bijvoorbeeld door de plantdelen met de zaden in een zak te doen die je dan kneust met een deegrol. Met een zeef kan je het kaf van het koren scheiden wanneer de grootte van beide verschillend is.
    Ook de wind kan je helpen om de fijnere plantdelen te scheiden van de zaden. Laat de zaden van een hoogte in een emmer vallen, de lichtere delen zullen wegvliegen, de zaden vallen in de emmer. Als er geen wind is kan je een ventilator gebruiken of zelf blazen.

    Sommige zaden kunnen moeilijk helemaal geschoond worden. Het kan echter geen kwaad wanneer er nog wat kleine uitgedroogde plantenresten tussen de zaden blijven zitten.

  9. Label alles wat je oogst onmiddellijk. Noteer de plantnaam (zowel de wetenschappelijke als de Nederlandse naam) en de oogstdatum.

  10. Laat geoogste zaden een aantal weken nadrogen op een warme, droge plek met een goede luchtcirculatie voor je ze verpakt.

  11. Bewaar zaden droog, koel en donker, in een ademende verpakking (bijvoorbeeld papieren zak).

  12. Om mogelijke insectenplagen tegen te gaan, steek je zaden best minstens 24 uur in de diepvries.

  13. De houdbaarheid van zaden verschilt van plant tot plant. Probeer zaad steeds zo vers mogelijk te gebruiken.