Velt Plantenzoeker

Bodemsoorten

Bodemsoorten

Iedere grond is geschikt voor de aanleg van een mooie tuin. Voor een siertuin bestaat er niet zoiets als ‘goede tuingrond’. Wat onder de grond zit, bepaalt mee het beeld boven de grond. Welke plantengroei mogelijk is, hangt af van de combinatie van het bodemtype en het gehalte aan organisch materiaal. Heide groeit op schrale zandgrond, helmgras op duinen en riet op vochtige bodems. 

Een bodem bestaat uit drie belangrijke bestanddelen: mineraal materiaal, organisch materiaal en bodemleven. Het minerale materiaal verschilt van streek tot streek en hangt af van de ondergrond. Het organische materiaal in de bodem vertelt iets over de plantengroei boven de grond. In een gezonde bodem breekt het bodemleven het organische materiaal af. 

 

Het minerale materiaal bepaalt het bodemtype. Er zijn klei-, leem-, zand-leem- en zandbodems. Het verschil schuilt in de grootte van de deeltjes of korrels.

 

zanddeeltjes groter dan 0,05 mm
leemdeeltjes tussen de 0,05 mm en 0,002 mm
kleideeltjes kleiner dan 0,002 mm

 

Een bodem die vooral uit kleideeltjes is opgebouwd, noemen we een kleibodem. Domineren zand- of leemdeeltjes de bodem, dan spreken we respectievelijk van een zand- of leembodem. Zijn er evenveel zand- als leemdeeltjes, dan spreken we van een zand-leembodem. In heel wat tuinen van nieuwbouw is de oorspronkelijke bodem verstoord door afgravingen of aangevoerde grond. Hierdoor kan het bodemtype afwijken van de natuurlijke bodems in de streek.

 

Met de kneedproef kun je eenvoudig het bodemtype van je tuin bepalen. Neem wat grond in je handen en maak hem vochtig; de grond mag net niet aan je vingers plakken. De vorm die je aan het natte materiaal kunt geven, zegt met welk bodemtype je te maken hebt. Begin bij vorm 1 en zie hoe ver je geraakt. Kom je bijv. uit bij vorm 5, dan heb je een leembodem.

 

Kneedproef

vorm 1: bergje zand
vorm 2: bergje waar je wat ‘model’ in kunt brengen leemachtig zand
vorm 3: rolletje (10 cm lang) met scheuren zandleem
vorm 4: rolletje (10 cm lang) zonder scheuren leem
vorm 5: hoefijzer met scheuren kleiachtig leem
vorm 6: hoefijzer zonder scheuren leemachtige klei
vorm 7 cirkel klei

 

Een kleibodem is zwaar en compact; hij houdt goed voedingsstoffen en water vast. Een kleigrond met weinig organisch materiaal is ondoordringbaar. Wortels groeien moeizaam. De grote hoeveelheid water die door de klei of het leem wordt vastgehouden, kan in koude winters problemen veroorzaken voor sommige plantenwortels. Het water bevriest en de planten gaan stuk. Bodembewerking is behoorlijk zwaar. De bodem droogt pas laat in het voorjaar op en warmt daardoor ook traag op.

 

De eigenschappen van een leembodem zijn vergelijkbaar met die van een kleibodem, maar ze zijn minder uitgesproken.

 

De zand-leembodem is een tamelijk lichte bodem die snel opwarmt en behoorlijk goed voedingsstoffen vasthoudt. Deze bodem laat een ruime plantenkeuze toe.

 

Een zandbodem is licht. Hij houdt weinig voedingsstoffen en water vast. Een zandbodem warmt snel op in het voorjaar. Brem bloeit hierop vroeger dan op andere bodems. Op zandgrond kan nachtvorst nog laat in de lente voorkomen. Een zandgrond met weinig organisch materiaal is erg los, zodat water onmiddellijk naar de ondergrond loopt. De voorraad voedingsstoffen is dan ook klein. Dit kan sommige planten in de problemen brengen. Een zandbodem is erg gemakkelijk te bewerken.